De 10 mooiste beklimmingen in de Vogezen

Als je in België of Nederland woont, is een dagje Ardennen, Nederlands-Limburg of Tecklenburg doenbaar. Als je een verlengd weekend hebt, kan het net iets verder. Neem je een reliëfkaart ter hand en zoek je stevige bergen, dan vind je in de Vogezen in het oosten van Frankrijk de dichtstbijzijnde beklimmingen met allure. Bekend van de Tour. Geliefd door fietsers en motorrijders.

Vanaf Utrecht is het 650 km rijden tot de voet van de Grand Ballon. Vanaf Brussel is 485 km genoeg. Ik reed in zes dagen alle cols met enige hoogte, die je in dit deel van Frankrijk kan vinden. De meeste liefhebbers beperken zich tot de drie Ballons. In deze lijst worden de tien voortreffelijkste Vogezenbeklimmingen in de kijker gezet.

1. Ballon d’Alsace (1173 m)

Kent iemand René Pottier? Deze man kwam in 1905 als eerste boven op de Ballon d’Alsace. In de derde Tour de France werden er voor het eerst beklimmingen opgenomen in de Ronde van Frankrijk. Vanuit Nancy reden de renners naar Besançon. In deze etappe legden de renners 299 km af. Hippolyte Aucouturier won de rit, maar René Pottier kreeg eeuwige roem op de top van de Ballon d’Alsace, met en monument.

Vanuit de Moezelvallei reden de renners de noordzijde van de klim op. In Saint-Maurice-sur-Moselle klim je 9.0 km aan 6.9%. Het is zeker niet de langste, de hoogste of de steilste beklimming, maar wel de beroemdste dankzij de Tour. Nadien werd de Vogezenberg nog regelmatig opgenomen in het parcours. De zijde vanuit Sewen is de meest uitgesproken klim, qua lengte en hoogteverschil.

2. Grand Ballon (1343 m)

De Grand Ballon is het grote broertje van de Ballon d’Alsace. Met een hoogte van 1424 m is het de hoogste berg in de Vogezen. Met de racefiets kan je de top niet bereiken. De meeste renners beperken zich dan ook tot een van de vele zijden van de Grand Ballon. Ook in de Tour is deze beklimming geliefd, met een zevental passages. In 1969 kwam Lucien van Impe als eerste boven. Meestal ligt de finish in Mulhouse.

De beklimming zelf kan vanuit Soultz-Haut-Rhin, Cernay, Willer-sur-Thur, Lautenbach of Moosch worden aangevat. De laatste is de spectaculairste en steilste versie van de Grand Ballon. Moosch is ook de zijde die door de minste renners wordt gedaan. Het wegdek naar het einde toe is grof. Toch is het zeker te doen. De steilere passage in het bos zijn dat ook. Het is zeker een aanrader vanwege de rust die je op deze zijde vindt. Met 12.7 km en 7.3% gemiddeld heb je mooie cijfers.

3. Ballon de Servance (1117 m)

In de zeer gekende cyclosportieve wedstrijd ‘Les Trois Ballons’ starten de amateur-renners en liefhebbers met de Ballon de Servance. In het verleden lag de volgorde misschien wat anders, maar de Servance zat er wel regelmatig in. De Grand Ballon en de Ballon d’Alsace zijn bekender, maar deze klim moet niet onderdoen. Raar maar waar: de Ballon de Servance werd maar één keer opgenomen in de Tour de France. In 1988 vloog Robert(a) Millar als eerste over de top.

De beklimming werd nadien nooit meer aangedaan. De weg is smal en gevaarlijk. Door de dichte begroeiing kan het asfalt ook gladder zijn door mosvorming. De nabijgelegen beroemde aankomst bergop van de Planche des Belles Filles zet de beklimming van de Servance ook in de schaduw. Vanaf Plancher-les-ines klim je eerst gestaag, om dan na 14.2 km op de top te staan. Gemiddeld 4.8% valt reuze mee.

4. Planche des Belles Filles (1140 m)

In 2012 kwam Chris Froome als eerste boven op de plank van de knappe grieten. Sindsdien werd de beklimming vaker aangedaan. De regio Grand-Est wil deze beklimming hypen, zoals L’Alpe d’Huez. Dat de Keniaanse Brit hier kwam winnen, als knechtje van de latere tourwinnaar Bradley Wiggins, heeft daar zeker bij geholpen.

Om de waarde van de beklimming nog extra in de verf te zetten, verlengde de plaatselijke overheden en de Tourorganisatie de finishstrook. De renners klimmen nu naar 1140 meter in plaats van 1034 meter. Dat zijn 106 hoogtemeters en 1.2 kilometer extra. De beklimming wordt hiermee 7 km lang met 8.7% gemiddeld. Dat is fors.

5. Petit Drumont (1145 m)

Wil je nog meer stevige klimmen vinden in deze omgeving, én die ook doodlopen, is de Petit Drumont een echte aanrader. Vanuit Bussang fiets je eerst de bron van de Moezel voorbij. De ingegraveerde kaart maakt de lengte en de omvang van de rivier duidelijk. De Moselle ontspringt in de Vogezen en stroomt noordwaarts richting Luxemburg en Duitsland, om ter hoogte van Koblenz, in de Rijn uit te monden.

De beklimming zelf doet eerst de aanloop van de zijweg van de Col du Bussang. Als je de N66 kan vermijden, doe je dat best. De D89 is veel rustiger en aangenamer. Vanaf Bussang heb je nog 11.5 km voor de boeg, tegen 6.0% gemiddeld. De laatste 4.8 km lopen tegen 8.9% bergop. Dit is fors, maar het wel waard. Je klimt in een rustig bos en eindigt bij een klein skistationnetje en gesloten chalet.

6. le Hohneck (1362 m)

Zoek je het hoogste punt van de Vogezen op de Grand Ballon, zal je bekaaid uitkomen. De derde hoogste berg in de Vogezen, herbergt de hoogste geasfalteerde weg van dit kleine bergmassief. De top van de Hohneck is bereikbaar met een prachtig uitzicht over de vallei van de Fecht en de startplaats Münster.

De meeste mensen beperken zich tot de Col de la Schlucht, om dan af te dalen richting Gérardmer of de Route des Crêtes te nemen. Ga een beetje verder en neem de extra hoogtemeters erbij. Over 21 kilometer kan je bijna 1000 hoogtemeters meepakken. Dat is veel in de Vogezen. Zo’n 4.6% gemiddeld is leuk. Zeker de laatste paar kilometer zijn fijn. De bochtjes slingeren heen en weer tot de top. Geniet van het uitzicht!

7. le Breitfirst (1279 m)

In de Tour de France verscheen de Breitfirst nooit in het routeboek. Desondanks kwam de Tour hier driemaal voorbij. In 1967, 2009 en 2014 passeerde het peloton over de Col du Platzerwasel. Deze col ligt een goede honderd meter lager, maar wordt verlengd tot le Breitfirst.

De beklimming van de Col du Platzerwasel is stevig, de naam alleen al. De aanloop vanuit Munster verloopt rustig, maar vanaf Sondernach zie je regelmatig 10 à 11% verschijnen op je fietscomputertje of gps. Eens je op de top van de Platzerwasel bent, moet je nog een stukje verder klimmen tot le Breitfirst. Vanaf daar kan je de Route des Crêtes in beide richtingen vervolgen.

8. Petit Ballon (1163 m)

Als je dacht dat alle ballonnetjes in de Vogezen op waren, heb je het mis. Het kleine broertje van de Ballon d’Alsace, Grand Ballon en Ballon de Servance is geen gemakkelijke versie. In 2014 deed de Tour de beklimming eenmalig aan. Hetgeen niets uitmaakt om deze col toch te voelen.

Vanaf Munster heb je veel lekkers, maar deze beklimming wordt soms onterecht overgeslagen. Met 11 km en 7.1% is het een stevige. Het is bovendien geweldig rustig en pittoresk. Bovenop de top heb je geen reden, behalve regen, om geen foto te nemen. Tenzij jouw fototoestel het begeeft, zoals ik voorhad op deze kleine ballon.

9. Champ du Feu (1100 m)

Deze beklimming vind je wat meer naar het noorden toe. De beklimming vanuit Villé is 14.0 km lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 6%. De beklimming is gelijkmatig en goed te verteren. Op de top vind je een toren met een rotonde, die van ver zichtbaar is: Tour du Champ du Feu.

In de afdaling kan je de tijd nemen om le Struthof te bezoeken. Natzweiler-Strufhof was tijdens de Tweede Wereldoorlog een concentratiekamp van de nazi’s. Dit is het enige Duitse concentratiekamp op Frans grondgebied. Het is gelegen op een hoogte van 800 meter. Dit was, zeker in wintertijden, een extra marteling voor de 52.000 slachtoffers. Een moment om stil van te worden.

10. Donon (965 m)

In de Tour de France is de Col du Donon een typische overgangsbeklimming. De klim die als opwarmertje dient, gaat tot 718 meter. Wat de meeste renners uit de Tour vergeten, is de verlenging tot de berg Donon nemen: met 1009 meter. De absolute top bereiken, kan te voet. De beklimming loopt dan ook dood, op een hoogte van 965 meter. Op de top staat een bouwwerk uit andere tijden.

De aanloop loopt over een doorgangsweg. Tussen Schirmeck en het westen van Frankrijk rijdt er af en toe een vrachtwagen voorbij. De gedateerde industrie in het dorpje Schirmeck is ook getuige van andere tijden. Meer naar het noorden toe, zijn de bergen boven de 1000 meter hoogte op. De broodjes in het dorp smaken, net zoals de Vogezen.

Bekijk hier de kaart voor de ligging van de beklimmingen:


1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s