Cycletours #0: Naar het adelarenkamp van Aguilar de Campoo

Aguilar de Campoo klinkt met wat verbeeldingskracht als adelarenkamp. De komende vijftien dagen zal ik zoals de Adelaar van Toledo Spaanse cols, met een knipoog, bestijgen alsof het niets is. Althans dat denk ik toch wanneer ik de Michelinkaart op mijn schoot leg, de profielen check en deze tiende Cycletoursreis boek. Bestemming: Picos de Europa, in Noord-Spanje, geprangd tussen de Spaanse hoogvlakte en de Golf van Biskaje.

Met de Adelaar op mijn schouder beloof ik mijn lief dat het voorlopig mijn laatste wordt. Als ik 45 ben, keer ik terug met onze puberkinderen. Met het goedkeurende oog van Federico Bahamontes zal dat geen probleem zijn. Of worden het voetballers, schakers of curlingkampioenen? Wie weet wat hen gelukkig maakt. Driehoekige sandwiches langs de autosnelweg?

Ik weet wat me vroeger het opperste geluk gaf. Bovenkomen op een col, een obligate foto nemen en dalen als een roekie. Dat laatste heb ik met de wijsheid der jaren wat getemperd. De obligate foto neem ik nu om de haverklap en bovenkomen op een col is nog steeds fijn. Cycletoursreizen waren vanaf m’n achttiende jaarlijkse kost. In december boekte ik en een half jaar lang lag ik het routeboek van voor naar achter en van links naar omhoog te analyseren tot ik iedere meter uit mijn hoofd kende.

Vroeger was alles anders en beter, zou Roger De Vlaeminck zeggen. Inderdaad, ik moest toen naar niks of niemand kijken. Heimwee kreeg ik pas na dag twintig. Vandaag vertrek ik met een klein hartje, zweetoksels en een maag dat enkel nog Snickers en cola verdraagt. En wie denkt daar aan? Mijn liefste lief… Of het toen beter was? Neen, nu is het nog veel beter. Maar met mixed feelings boek ik vanuit een geweldige nostalgie nog een keer, omdat ik er zo van hield en hou. Sportief er enorm naar uitkijken en emotioneel misschien liever thuisblijven. Dat gemis is mooi. Ik zie je graag schat. Kusjes. Ik kom veilig terug, met een tweetal kilo minder en een hoop vinkjes.

Dag nul begint altijd met een fietsbus. Je fiets in de bus plaatsen alsof het een openhartoperatie is. Plaatsnemen. Wachten en Antwerpen opnieuw zien voorbijkomen. Na drie uur onderweg op vijf kilometer van mijn voordeur de eerste koffie langs een autosnelwegparking naar binnen lurken. Breda was immers de opstapplaats. Parijs zien passeren. De nacht zien vallen en hopen dat het enthousiasme de slaap zo min mogelijk in de weg ligt. Nog maar eens het uur checken: 23u56, 23u59, 02u49, 04u13,… Elvendertig uur aftellen tot het moment suprême.

Afstappen, ontbijten en de lichtjes slapeloze nacht verteren met een bakje pleur. Dat was dag nul van het adelarenkamp. Bibshort aan en vijftien dagen Picos de Europa.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s