Het parcours van de Tour: gevarieerd, uitdagend en spannend!

Als Belg kan ik niet anders zeggen dan dat er een geweldig parcours werd uitgetekend. Met de Grand Départ in Brussel, waarbij er twee ritten starten en aankomen in de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa. Dankzij de het jubileum van Eddy Merckx’ eerste Touroverwinning in 1969 was het binnenhalen van dit geweldige wielerevenement een makkie. De Tour verlaat België tijdens de derde rit. Dan wordt de start in Binche gegeven. De aankomst ligt in Frankrijk. Het parcours volledig bekeken, gewikt en gewogen.

De eerste etappe in de Tour is een rit in lijn, hoogstwaarschijnlijk een sprintetappe. Tussen Brussel en Brussel passeert het peloton via de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg. Ook één onbekende kasseistrook van 1800 meter wordt aangedaan. De tweede rit is een ploegentijdrit. Langs de brede Brusselse lanen en avenues strijden de 22 teams voor de zege. Tussen het Koninklijk Paleis en het Atomium krijgen de renners een parcours met veel vals plat. Na de derde rit ontkurkt de winnaar champagne in een geaccidenteerde finale bij Épernay.

Tijdens de vierde rit tussen Reims en Nancy zal een sterke sprinter winnen. De Côte de Maron op vijftien kilometer van de finish kan misschien roet in het eten van de sprinters gooien. De vijfde rit is een spannende en atypische Touretappe. In de relatief korte etappe naar Colmar krijgen de renners een parcours à la Luik-Bastenaken-Luik voorgeschoteld, aan de voet van de Vogezen. De nodige toeristische plaatjes en de beklimmingen zullen voor de nodige sensatie zorgen.

Vluchters voor de Vogezen en het Centraal-Massief

De eerste stevige afspraak krijgen we heel snel naar Tourgewoonten. De zware Vogezenrit tussen Mulhouse en La Planche des Belles Filles is pittig en kort. De slotklim werd verlengd. Deze zesde etappe heeft veel weg van de Gran Fondo des Trois Ballons. In korte tijd heeft de Tourorganisatie deze slotklim tot een klassieker in de Tour kunnen omdopen. Sinds 2012 is dit al het vierde bezoek aan het skistation. De winnaar boven maakt ook veel kans om de Tour uiteindelijk te winnen.

De zevende etappe tussen Belfort en Chalon-sur-Sâone is op maat van de snelle mannen: met 230 km ook de langste rit. Misschien zien we waaiers. Afwisseling zal er zeker zijn, want tijdens de achtste etappe duikt het peloton weer het middengebergte in. De voorlopers van het Centraal-Massief opent perspectieven voor renners met bergtrui-ambities zoals Thomas de Gendt. De opeenvolging van vijf tweede-categoriebeklimmingen is mooi. Naar Brioude vinden we in de aanvangsfase van de negende rit een nieuwe muur: Mur d’Aurec sur Loire. Nadien volgen veel kansen voor de vroege vlucht. Ook maandag nog een sprintetappe naar Albi en dan rust.

Spektakel in de Pyreneeën

Op woensdag zakken de renners na de eerste rustdag nog verder richting het zuiden. In Toulouse sprinten de mannen voor de groene trui en sparen de klassementsrenners zich voor wat komt: drie ritten in de Pyreneeën. De eerste finisht in Bagnères-de-Bigorre, na de Col de Peyresourde en de Hourquette d’Ancizan. Ongebruikelijk en spannend: een tijdrit in Pau, tussen al het klimgeweld door, iets wat zeer bepalend en verrassend zal zijn.

Dan volgt de legendarische finish bovenop de top van de Col du Tourmalet. Een korte rit met de Col du Soulor als opwarmer zal vanaf de start hard verlopen. Ook de vijftiende rit op de derde zondag van de Tour is zeer vernieuwend en uitdagend. De onuitgegeven finish bovenop Prat d’Albis zal voor spektakel zorgen. De onregelmatige beklimming bij Foix is zeker een meerwaarde. Ook Montségur, de Port de Lers en de Mur de Péguère zullen voor de nodige vermoeidheid zorgen. Gelukkig is het op maandag opnieuw rustdag.

Apotheose in de Alpen

Tijdens de laatste week krijgen de sprinters eerst hun kans van een naar Nîmes. De zeventiende etappe start aan de magistrale Pont de Gard. Water zal er ook nodig zijn met het oog op de finish in Gap. De Col de la Sentinelle zal voor de nodige nervositeit zorgen bij de klassementsrenners. En tijdens de achttiende rit duiken de renners voor een ultiem drieluik de Alpen in. Tussen Embrun en Valloire krijgen de klimmers drie cols boven de 2000m: de Col de Vars, de Col d’Izoard en de Col du Galibier.

Het kan nog hoger. In de negentiende rit naar Tignes finishen de renners op een hoogte van 2113 meter. De Col de l’Iseran gaat deze slotklim vooraf. Deze lange en mooie beklimming is ook het dak van de Ronde van Frankrijk. Met 2770 meter krijgt de eerste boven ook de Souvenir Henri Desgrange. De dag nadien volgt er nóg meer suspense. Weer een korte rit met aankomst op hoge hoogte. De onuitgegeven finish naar Val-Thorens eindigt op een 2365 meter. Op zondag: de 21e rit, het slotdéfilé op de Champs-Élysées: wie wint?

Het parcours is met andere woorden zeer gevarieerd en uitdagend. Heel wat korte ritten, een tijdrit, een ploegentijdrit, ritten voor vluchters en punchers, ritten voor klimmers, veel nieuwe beklimmingen, veel hoge cols, vier verschillende bergketens, veel variatie en misschien weinig echte sprinterskansen. Het parcours belooft! Zeker na het uitvallen van Froome en Dumoulin, zullen we niet meteen weten op wie we geld moeten inzetten. Spanning verzekerd?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s