De 11 onverharde stroken van de Strade Bianche uitgelicht!

Het bochtige en slingerende parcours door het Toscaanse landschap werd in een mum van een tijd een klassieker op de kalender. De onverharde stroken van de Strade Bianche spreken zowel klassieke renners, klimmers als ronderenners aan. De schoonheid van de wegen, geflankeerd met cipressen en landhuizen zijn gewoonweg prachtig. De Strade Bianche werd in 2007 voor het eerst georganiseerd als wedstrijd bij de profs. Toen heette de koers nog Monte Paschi Eroica. Sindsdien werden er op meerdere plaatsen in de wereld grindwegen in het parcours gestopt.

Het parcours startte in 2007 iets meer naar het noorden: in Giaole in Chianti. Toen werd de koers in oktober georganiseerd en won de Rus Aleksandr Kolobnev. De afstand was 180 kilometer en de finish bleef in Siena. Het jaar nadien verschoof de koers naar het voorjaar. Fabian Cancellara sleepte de overwinning in de wacht. Dit gaf de koers een sterke impuls. Doorheen de jaren werd het aantal sectoren niet dramatisch uitgebreid. Enkel de volgorde wijzigde soms. In 2019 telt de koers 63 kilometer onverhard wegdek. Het is de dertiende editie en ook de vrouwen rijden acht van de elf sectoren.

1. Vidritta (2.1 km, na 17.6 km)

De eerste strook waarmee de renners starten, is een opwarmertje. Zo’n 2.1 km licht dalende meters witte weg. Tussen Bellaria en San Rocco a Pilli zitten er twee flauwe bochten in het parcours. Deze sector zorgt voor weinig problemen of moeilijkheden. Maar het is en blijft toch altijd even wennen, ondanks de verkenningen. Bandendruk, bandenkeuze en wielkeuze kunnen naargelang de weersomstandigheden variëren.

2. Bagnaia (5.8 km, na 25 km)

De tweede sector is wel stevig. Na een korte afdaling tussen cipresbomen, krijgen de renners een onverharde weg die een aantal mooie bochten en een haarspeldbochten heeft. De weg gaat richting het kasteel van Grotti en eindigt in Ville di Corsano. De weg gaat bij momenten over de 10%. Door het mooie struikgewas, de pijnbomen en olijfbomen langs weerszijden van de weg is het uitzicht langs deze beklimming eerder beperkt.

3. Radi (4.4 km, na 36.9 km)

Net voor het dorp Radi slaan de renners rechtsaf. Deze strook start eerst goed bergop, gaat dan weer in dalende lijn, om tenslotte opnieuw hellend af te sluiten. De provinciale weg tussen Radi en Murlo was tijdens de eerste edities ook opgenomen in het parcours. Het parcours telde toentertijd maar zeven stroken, gespreid over 60.7 kilometer grind. Toen was het de tweede strook en was de strook ook veel langer. Deze strook strade bianche was maar liefst 13.5 km lang. Er lag nog een lang onverhard stuk voor deze sterrato sector.

4. La Piana (5.5 km, na 47.6 km)

Deze sector is zowat een klassieker in de Strade Bianche. Sinds de eerste editie is ze opgenomen in het parcours. Hier zitten weinig verraderlijke delen in. De weg loopt licht bergaf en heeft geen noemenswaardige moeilijkheden. De Toscaanse grindwegen worden overigens goed onderhouden. Het is in deze streek in Italië trouwens niet ongebruikelijk om op een normale doorgaande provinciale weg onverhard te gaan. De wegen zijn dus niet zoals in Parijs-Roubaix louter voor zeer lokaal landbouwverkeer.

5. Lucignano d’Asso (11.9 km, na 75 km)

De vijfde strook volgt na de beklimming naar Montalcino. Deze langere beklimming in het parcours is met 462 meter hoogte, het hoogste punt van il percorso, het parcours. Montalcino ligt, zoals de naam het zegt, bovenop een berg. Met 4 km aan 5% is het ook niet echt een lastige geasfalteerde klim. Lucignano d’Asso is wel zeer lang. Het uitzicht is fenomenaal, omdat de weg op de heuvelrug ligt. Hierdoor zie je zowel links als rechts het prachtige Toscaanse landschap. Het laatste stukje loopt verraderlijk naar beneden.

6. Pieve a Salti (8.0 km, na 88 km)

Deze strook volgt na nog geen kilometer asfalt. Met andere woorden: er is weinig moment tot recuperatie. Op deze twee lange stroken volgt er meestal vanzelf al een eerste natuurlijke schifting. Ook pech kan een rol spelen. Het depanneren langs deze wegen is veel moeilijker dan op tarmac. Deze strook en de vorige strook is zeer verraderlijk: bochten, steile afdalingen en steile beklimmingen maken van dit duo een hoogtepunt halverwege het parcours. Voorbij Buonconvento volgt de welgekomen bevoorrading of rifornimento.


7. San Martino in Grania (9.5 km, na 111.3 km)

Deze lange strook tussen Monteroni d’Arbia en Vescona start vlak. Nadien loopt deze sterrato strook in hoofdzaak bergop. Op het einde volgen een aantal scherpe bochten. De gehele strook slingert tussen het struikgewas. Na het dorpje Monteroni d’Arbia rijden de renners over de heuvelrug en is het uitzicht opnieuw adembenemend. Zij hebben geen tijd om achterom te kijken tijdens de wedstrijd. De focus moet heel de wedstrijd op de talrijke putten en stenen gevestigd zijn.

8. Monte Sante Marie (11.5 km, na 130 km)

Op deze strook wordt heel vaak een stevige pressing gevoerd door het peloton. Het pak scheurt nu zonder enige twijfel in brokken en stukken. De kilometers met onverharde wegen beginnen door te wegen. Dit is de op één na langste strook in het parcours en de zwaarste strook. De vele bochten, steile passages en gevaarlijke stukken bergaf maken de weg naar Monte Sante Marie gevreesd. Dit is het moment om jouw televisie af te stemmen op de live-uitzending!

9. Monteaperti (0.8 km, na 160.4 km)

Na de passage over de Monte Sante Marie wordt de schade opgemeten. Tussen Monteaperti en Monte Sante Marie zit er een kleine twintig kilometer asfalt. De meeste renners gebruiken deze fase in de wedstrijd om nog snel wat bij te tanken en de schade op te meten. Nochtans is dit ook de zone waarin veel renners op kousenvoeten wegrijden. Bij Monteaperti volgt opnieuw een steile onverharde strook boven de 10%. Bij de brug over de Fiume Arbia begint de strook.

10. Colle Pinzuto (2.4 km, na 164.6 km)

Op de voorlaatste strook worden de lakens pas echt uitgedeeld. De Colle Pinzuto begint met een aantal bochten. Daarin volgen passages boven de 15%. Het is zaak niet weg te slippen. De beklimming eist veel van de renners. De huizen langs links en rechts, worden afgewisseld met olijfbomen en de hoger gelegen wijngaarden. Na Colle Pinzuto is het puffen en zweten om aan te klampen. In het verleden werd hier de definitieve afscheiding veelal gemaakt.

11. Le Tolfe (1.1 km, na 171 km)

Op dertien kilometer van de finish valt deze laatste kortere strook. Na een steile korte afdaling, volgt opnieuw een laatste strook bergop. Alsof alle voorgaande stroken nog niet genoeg waren, krijgen de renners hier 18%. In de buitenwijken van Siena kunnen de renners de aankomst ruiken. Nog twaalf chilometri nell’arrivo, of kilometer tot de finish op de Piazza del Campo: om daar te geraken, moeten de renners door de bochtige, steile en smalle straten van de Toscaanse stad. Om duimen en vingers bij af te likken. De toeschouwers schreeuwen hen naar boven.

Wie wordt de opvolger van Tiesj Benoot?

Wil je meer lezen over fietsen, klimmen en motivatie? Like Fietspiratie op Facebook, volg me via Instagram of abonneer je gratis op mijn YouTubekanaal.

Bron: http://www.strade-bianche.it/en/
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s