Herfst in Bretagne #3

Ik word wakker onder een spoorwegbrug. Het huis waar ik overnachtte, staat er nagenoeg onder. Vanuit alle ramen zie ik deze stenen brug. Om even een bruggetje te maken met vandaag. Misschien is fietsen op Allerheiligen, feestdag, wel een brug te ver. Zeker in Frankrijk. Ik heb heel wat geleerd vandaag.

’s Ochtends zijn er nog bakkers open in de toeristische dorpjes, zoals Locronan. Een middeleeuws slaapdorp met artisanale zeepwinkels, namaakkunst en patissiers. Een broodje jambon et beurre smaakt. Een appeltaartje kan er ook bij.

Na wat steile puisten fiets ik terug oostwaarts. De dorpjes worden slaperiger. De bakkers sluiten hun zaak. De cafés houden hun rolluiken naar beneden. Dorpen worden schaarser. Schaarser wordt het water in mijn bidon. Het is fris dus veel drinken doe ik niet, maar ik begin stilaan een veeg leeg teken te zien voor vanavond. Dan slaap ik in zo’n boerengat.

Dood

Dorp na dorp kijk ik rond. Geen mens op straat, enkel lege erven waar labradors afstormen. Doodsangsten heb ik niet. Maar ik verschiet me altijd te pleuris door hun geniepige verrassingsaanvallen. Ik ben bang. Schrik om geen eten of drinken meer te vinden. Het is me nog al overkomen op zondag in de Zwitserse bergen.

Nu nog maar een dorp om de tien kilometer. Ze zijn allemaal doods. Misschien een foute woordkeuze op Allerheiligen. Het ligt misschien ook een beetje wat aan mijn route. Om de drukkere N-wegen te mijden, rijd ik nagenoeg heel de dag langs glooiende landbouwwegen. Ik kreeg het er soms van op mijn heupen.

Op een gegeven moment fiets ik door de tuin van een kasteeleigenaar. Route privé, passage interdit. Op de kaart staat dat er zo niet op. Maar ik rij door of ik moet weer om. Hoe ver van de bewoonde wereld kan je zijn?

In Mûr de Bretagne bel ik aan. Ik houd mensen staande. Ik wil nu echt gewoon wat water hebben. Ginder, daar, je ne sais pas. Weinig behulpzaam zijn ze vandaag. Uiteindelijk kan ik water krijgen op het kerkhof. Heer, is dat nu zo moeilijk? Blijkbaar wel op Allerheiligen.

Deliveroo?

Maar vanavond? Ik weet dat het restaurant van mijn auberge niet geopend is deze week. Dat lieten ze me weten per mail. Mijn voorgevoel zegt nu dat alles gesloten zal zijn in Uzel. Zou ik Deliveroo bellen? Ik weet het niet of ze met hun fietsje afkomen?

In Saint-Mayeux zie ik plots ‘bar-alimentation-café‘. In een kleine superette die gesloten lijkt, zitten drie dames koffie te drinken in het donker. Ik kijk door het raam en klop aan. Ze gebaren van krommen aas. Een man komt opendoen. ‘Vous êtes fermés?’ Een kleine twijfel in de man zijn ogen. ‘Non’. Ik mag nog net binnen. Zijn koeltorens zijn al afgesloten.

Oef, na vier uur zoeken, neem ik zo veel in mijn tas kan en vertrek. Ik heb honger als een paard. Ik haast me naar het hotel. Ik ben de enige gast. Ik eet. Ik lig. Ik kijk tv. Ik denk aan mijn prachtlief. Waarom doe ik dit? Ik fiets ontzettend graag, maar nu denk ik ook aan ribbetjes, het frietkot en vooral aan haar.

Lees het vervolg hier. Wil je de avonturen van gisteren lezen. Dat kan hier.

Advertenties

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s